Audirium Academy

Ethiek aantoonbaar in de eigen auditfunctie: GIAS Domein II in de praktijk

Regie · 2 uur · Premium · voor Internal audit

De auditfunctie past de maatstaf van het integriteitsstelsel op zichzelf toe. Wat het domein Ethiek en Professionaliteit in de plaats stelt van de vroegere gedragscode, hoe de verantwoordelijkheid tussen auditor en auditmanager is verdeeld, wat onderzoek zegt over druk om bevindingen te wijzigen en hoe je daar tegenwicht tegen organiseert, hoe je aantastingen van de objectiviteit herkent, beheerst en meldt, wat competentie en professionele scepsis toetsbaar maakt, hoe je vertrouwelijkheid inricht tot en met het opruimen van werkkopieën, en hoe je het bewijs zo over het jaar verdeelt dat een externe kwaliteitstoetsing er iets aan heeft. Laatste bouwsteen van de leergang over het auditen van het integriteitsstelsel. Niveau: Regie.

Wat je doorloopt

  1. Domein II als eigen norm van de auditfunctie
    Het domein Ethiek en Professionaliteit van de Global Internal Audit Standards vervangt de vroegere gedragscode van het IIA door vijf principes en dertien standaarden met harde eisen. Deze module laat zien wat die verschuiving betekent, wie waarvoor verantwoordelijk is, wat als bewijs van conformiteit telt en waar het domein vastzit aan de rest van de standaarden.
  2. Integriteit en professionele moed onder druk
    Het eerste principe vraagt eerlijkheid en professionele moed, en legt de auditmanager een werkomgeving op waarin een onwelkome uitkomst uitgesproken kan worden. Deze module zet de eis naast wat onderzoek zegt over druk op auditors, laat zien waarom zelfrapportage daarover misleidt, en behandelt het handelingsrepertoire dat moed hanteerbaar maakt.
  3. Objectiviteit herkennen, beheersen en melden
    Het tweede principe vraagt een onpartijdige en onbevooroordeelde houding. Deze module behandelt de drie standaarden eronder: individuele objectiviteit en bias, het vermijden of beperken van aantastingen met de termijn van twaalf maanden en de regels rond advies en assurance, en het melden van een aantasting, ook als die pas na afronding blijkt.
  4. Competentie en beroepsmatige zorgvuldigheid
    Het derde en vierde principe gaan over kunnen en over zorgvuldig doen. Deze module behandelt competentie op individueel en op functieniveau, de eis van voortdurende ontwikkeling, de route die de standaarden voorschrijven wanneer conformeren niet lukt, en de vier gedragingen waaruit professionele scepsis bestaat.
  5. Vertrouwelijkheid: gebruik en bescherming van informatie
    Het vijfde principe gaat over informatie waartoe de auditfunctie onbeperkt toegang heeft. Deze module behandelt het gebruik van die informatie, de bescherming ervan met bewaren, vrijgeven en vernietigen van dossiers, de spanning tussen zwijgen en de eigen meldplicht, en de manier waarop een auditfunctie dit inricht.
  6. Aantoonbaar maken: bevestiging, kwaliteitsprogramma en externe toetsing
    De regiemodule. Wat het bevestigingsinstrument van het IIA wel en niet bewijst, hoe de auditmanager het bewijs over een jaar verdeelt, wat externe kwaliteitstoetsingen op dit terrein aantreffen, en waarom bijna volledige conformiteit samen kan gaan met een lijst aanbevelingen die er wel degelijk toe doet.

Naar de cursus

Laatst inhoudelijk bijgewerkt: 2026-08-07 09:50:53.